Klik op het icoon (1) om een afbeelding te plaatsen op het werkveld in de vorm van een grijs kader met een standaardresolutie (640x480). In het grijze kader verschijnt een beeld met een + icoon (2). Door te klikken op het + icoon wordt een het navigatiescherm geopend. Hier zijn de eigen afbeeldingen beschikbaar en de afbeeldingen uit publicaties als daarvoor een licentie beschikbaar is.
Is de scène gekoppeld aan een publicatie, dan zal automatisch gekeken worden in de map van die publicatie (14) of kan met de dropdown (pijltje) gezocht worden naar afbeeldingen van een specifieke publicatie. OPGELET: Als een scène gekoppeld is aan publicatie A en er wordt toch beslist om een afbeelding uit publicatie B te gebruiken, dan zal een leerling de scène alleen maar kunnen zien als die ook de licentie tot publicatie B actief heeft staan, m.b.t. de rechten op afbeeldingen. Zoniet zal de toegang tot de scène geweigerd worden.
In de zoekbalk (15) kunnen de afbeeldingen worden gefilterd op begrippen. Bij de OF/EN selectie (16) kan je aangeven of de opgegeven begrippen allemaal moeten voorkomen bij een afbeelding (= EN) of er maar één van de de begrippen moet voorkomen (= OF).
Door te klikken op een afbeelding wordt ze geladen in de scène.
De grootte van de afbeelding is ondergeschikt aan de grootte van het afbeeldingskader. Als het formaat niet prefect past, zal de afbeelding geproportioneerd worden binnen de grootte van het afbeeldingskader.
Als een afbeeldingscomponent op het werkveld is geselecteerd, krijgt dit component een oranje randje en staan er oranje vierkantjes op de hoeken (8) en in het midden (7) van de horizontale en verticale rand. Door te slepen aan de hoeken zal de afbeelding proportioneel geschaald worden; door te slepen op de vierkantjes in het midden van de horizontale en verticale zijden, pas je breedte en hoogte aan. Het oranje vierkantje dat bovenaan staat (9), zal bij verslepen de afbeelding roteren.
Als er een afbeelding geladen is, staan er enkele icoontjes op de afbeelding. De plus (4) en de min (5) laten toe de afbeelding groter of kleiner weer te geven binnen het kader. Als de afbeelding groter wordt weergegeven, zal alles buiten het kader niet zichtbaar zijn. Is de afbeelding kleiner dan het kader, dan zal het afgesneden deel transparant worden weergegeven.
Het kruisje (3) verwijdert de afbeelding en toont terug het grijze vlak met een + icoon om een nieuwe afbeelding te laden.
Het icoon met de vier pijlen in het midden (6) zorgt ervoor dat de afbeelding binnen het kader kan verplaatst worden als erover gesleept wordt. Is een afbeelding uit het kader gesleept waardoor ze niet meer te zien is of je hebt ze te veel vergroot of verkleind, dan kan door te dubbelklikken op dit icoon, de afbeelding terug gecentreerd en geschaald worden binnen het afbeeldingskader.
Specifieke eigenschappen voor het component afbeelding:
- heeft rand (10): standaard staat deze optie uit
Door ‘rand’ aan te vinken zal de rand van de afbeelding gemarkeerd worden. - randkleur (11): op het kleurvlak klikken stelt de randkleur in
- dikte (12) en het type (13) van de rand zijn voorgedefinieerd, door te klikken op de voorstelling kan een keuze gemaakt worden.