Onder de menubalk staan de componenten waarmee de scène wordt opgebouwd.
De verschillende componenten worden met een icoon weergegeven. Door op het icoon te klikken wordt een component met standaardinstellingen in het werkveld geplaatst.
Aan de hand van basiseigenschappen kan elke component gepersonaliseerd worden.
Eigenschappen verschijnen door in de menubalk beeld aan te klikken.
Ieder component heeft enerzijds gelijke basiseigenschappen, anderzijds objectspecifieke eigenschappen. De objectspecifieke eigenschappen staan uitgelegd bij ieder component verder in de handleiding. Als er verschillende componenten geselecteerd zijn, dan zullen alleen de gemeenschappelijke eigenschappen getoond worden.
Volgende ‘basiseigenschappen’ zijn voor de meeste componenten beschikbaar:
- naam: wordt verkort weergegeven met volgnummer, bv. een knop (button), zal als btn_01 worden weergegeven. Het volgnummer wordt automatisch aangepast. Iedere naam moet uniek zijn. Dubbelklik op de naam om die aan te passen.
Advies: grote scènes kunnen veel componenten bevatten. Maak er een gewoonte van om de naam zo snel mogelijk logisch te benoemen. - top en links: de positie in het werkveld
Door een waarde in te vullen bij ‘top’ en ‘links’ kan de plaats van een component op het werkveld bepaald worden. De plaats wordt berekend vanuit de linkerbovenhoek van het werkveld (= referentiepunt) tot de linkerbovenhoek van de component.
De waarde wordt uitgedrukt in pixels. Als je een component de waarde ‘links’ en ‘top’ 0 geeft, dan zal de linkerbovenhoek van dit component 0 pixels afwijken van het referentiepunt.
bv. het werkveld is 1920 x 1200 pixels (breedte x hoogte). Geef je bij ‘links’ 960 in, dan zal het component 960 pixels naar rechts opschuiven en zal de linkerzijde van de component juist op de helft (= 1920/2) van het werkveld komen te staan. - hoek: de rotatie van een object instellen (in graden). De rotatie gebeurt altijd vanuit het midden van een selectie
- breedte en hoogte: de breedte en de hoogte van het object uitgedrukt in pixels
In sommige gevallen zal er een linkicoontje tussen de twee staan om de verhouding tussen breedte en hoogte te behouden. Door op het icoontje te klikken kan gewisseld worden tussen verhouding behouden of niet behouden. - transparantie: een object wordt standaard als niet-doorzichtig voorgesteld
Transparantie wordt uitgedrukt in procent: 0% is ondoorzichtig, 100% volledig doorzichtig. Let op: 100% doorzichtig wilt zeggen dat je het component niet meer zal zien, maar het blijft wel aanwezig! - zichtbaar: de zichtbaarheid staat standaard aangevinkt, maar afgevinkt is het element niet te zien in het werkveld of in de (voor)vertoning van de scène
- verplaatsbaar: aangezet is het component versleepbaar bij de (voor)vertoning van de scène
- draaibaar: aangezet is het component te roteren bij de (voor)vertoning van de scène
- schaalbaar: aangezet is het component te rekken bij de (voor)vertoning van de scène
- afspeelvolgorde: volgorde waarin de elementen zichtbaar worden gesteld
Door de afspeelbaarheid aan te vinken, zal het object mee opgenomen worden in de afspeelvolgorde. - in lagenpalet: visueel groeperen en aan- of uitzetten
Door deze basiseigenschap aan te vinken, komt het element automatisch in een nieuwe laag terecht.