Bekijk hier een voorbeeld over het gebruik van lagen.
Het gebruik van lagen laat het toe om verschillende componenten samen op te roepen tijdens de vertoning.
Het beheer van lagen kan aangezet worden door in het menu beeld > ‘lagen’ aan te vinken. Bijna ieder component heeft bij de basiseigenschappen de optie ‘in lagenpalet’ (1) beschikbaar. Zodra bij een component de optie ‘in lagenpalet’ wordt aangezet, wordt er automatisch een nieuwe laag (2) toegevoegd, een laag die alleen dit component bevat.
Onderaan de lagenlijst staat een + icoon (3) waardoor een lege laag kan toegevoegd worden. Door de klikken op de naam (4), kan de naam aangepast worden.
Bij het selecteren van een laag, is er een overzicht van de componenten uit de scène beschikbaar (5) waarbij componenten kunnen aan- en uitgevinkt.
Componenten die al opgenomen zijn in andere lagen, zijn niet meer aan te vinken (6).
Iedere laag heeft verschillende opties. De kleur kan aangepast worden door op het kleurvlak te klikken (7). Het oogicoontje (8) staat standaard aan, wat aangeeft dat de componenten zichtbaar zijn bij de start van de voorvertoning. Als het oogje uitstaat (13) zal de laag (en de zichtbaarheid van de onderliggende componenten) verborgen zijn bij de start van de voorvertoning van de scène. Met het pijlicoontje (9) kan de positie verzet worden. Dit heeft geen effect op het gebruik van de lagen, het geeft alleen een volgorde aan.
Voor ieder laag kan de optie uniek (10) aangezet worden wat dat de andere lagen op hetzelfde niveau uitgezet worden. De optie groep (11) geeft de mogelijkheid om een sublaag (12) te maken waarbij andere lagen onder één groep voorkomen en samen aan/uitgezet worden.
In de vertoning kan de weergave van de lagen ingeklapt worden (14) zodat de namen niet meer zichtbaar zijn.