Bekijk hier een voorbeeld over het gebruik van acties en reacties.
Acties zijn bestemd om interactie te voorzien op een slide, bijvoorbeeld op een knop klikken is een afbeelding zichtbaar maken.
De acties zijn te vinden door in het menu te gaan naar ‘acties >beheer acties’
Ieder interactie moeten gedefinieerd worden aan de hand van 3 stappen in het menu.
In de eerste stap ‘acties’ wordt bepaald of het gaat om een nieuwe actie, verder werken op een nieuwe actie of het verwijderen van een bestaande actie. Met de dropdown (1) kunnen bestaande acties geselecteerd worden. Als een actie geselecteerd is kan je de actie verwijderen (2) of leegmaken (3) (alleen de instellingen uit de volgende stappen verwijderen). Klik op het + icoon (4) om een nieuwe actie aan te maken en aan de rechterkant een naam in (5) voor die actie. Als een bestaande actie is geselecteerd of een nieuwe optie is aangemaakt, kan op volgende (6) geklikt worden.
De tweede stap ‘bronnen’ bepaalt welke componenten de trigger zijn voor de actie. Aan de linkerkant moet één (of meerdere) component(en) geselecteerd worden (7). Aan de rechterkant worden de gebeurtenissen geselecteerd (8). Als je bijvoorbeeld door op een knop te klikken een afbeelding wilt laten zien, selecteer dan aan de linkerkant de specifieke knop en klik rechts op de gebeurtenis. Als bron en gebeurtenis geselecteerd zijn, klik dan op ‘volgende’ (9) om naar de derde stap te gaan.
De derde stap ‘reacties’ bepaalt wat er moet gebeuren als gevolg van stap twee. Aan de linkerkant wordt het doel geselecteerd (10), aan de rechterkant de reactie. De reacties zijn voorgedefinieerd en te selecteren met de dropdown (11). Afhankelijk van de geselecteerde component kunnen er andere reacties beschikbaar zijn. Door op het + icoon bij de reacties (12) te klikken kunnen er meerdere reacties aan dezelfde selectie gekoppeld worden.
Standaard wordt in de derde stap uitgegaan van 1 reactie. Als er meerdere componenten en reacties moeten worden aangestuurd door dezelfde bron uit stap 2, klik dan aan de linkerkant op het + icoon (13) om een tweede reactie toe te voegen. Meerdere reacties zullen in volgorde en één voor één afgehandeld worden.
Als het doel en de reactie geselecteerd zijn, kan een actie afgesloten worden. Bewaren en klaar (14) slaat de actie op en sluit het venster af. Bewaren slaat de actie, maar het venster sluit niet af. Sluiten sluit het venster zonder op te slaan.
Nadat een actie is opgeslagen, kan ze in (voor)vertoning toegepast worden.